De begraafplaats
Gekrulde gietijzerhekken
scheiden de dijk van de stiltetuin
betonnen zerken vormen bolwerken.
verweerd door indrukken van tijd
getuigen zij overwoekerd
als blikvangers waaronder
eeuwigheid begraven ligt
Ik dwaal bitterzoet in gedachten
terug naar mijn overleden ouders
de wilg treurt, als ik gebogen nader
de reikhalzende Kraaien bewegen niet,
wat een vreemde aanblik biedt
roerloos roken zij een sigaret
verscholen in gesteven jacket
Mistig omhoog turend in het blauw
smacht ik vanaf deze plaats
naar weerziens ooit
terwijl een sigaar hinderlijk geurt
achtergelaten op de zoden
gestapeld bij de hazelaar.
de grond is weer geopend
de spa ziet werkloos toe
heeft weer een graf gegraven
In de ochtendstilte
kijk ik om mij heen
een zerk wordt geborsteld
verderop met emoties geworsteld
het grind knispert monotoon
anderen naderen loom
gefluister over onderhoud klinkt
terwijl een lijster zingt
Planken vallen ploffend neer
bedekken de aarde weer
op de dijk nadert de stoet het begin
terwijl ik denk aan de zin:
"ik vertrouw op wat ik niet kan veranderen"
ik slaak een diepe zucht
naderend afscheid hangt in de lucht
wel weer eens veel te vroeg
maar ..ik houd niet van vloeken
21-10-2003